Veelgestelde vragen
Wat moet ik doen als ik een egel heb gevonden?
Gezonde egels laten zich meestal overdag niet zien, het zijn echte schemer- en nacht dieren. Een uitzondering hierop zijn de zogende vrouwtjes die tijdens de zoogperiode nog wel eens even overdag op pad gaan om wat eten op te scharrelen, het zogen kost immers veel energie.
Wanneer een egel ziek is en zich niet oprolt, of overdag roerloos op straat of het grasveld ligt, is het verstandig om hem in een doos te doen en contact op te nemen met de dierenambulance. Verder zijn egels die hoesten, rochelen, benauwd zijn, kaal of gewond zijn allemaal kandidaten voor de dierenambulance, want zonder hulp zullen ze het waarschijnlijk niet overleven.
Laat jonge egeltjes altijd met rust. Pak ze niet op, zeker nooit met blote handen, en overleg EERST met de dierenambulance. Moeders zijn soms een hele poos weg en het is niet erg voor de jongen om een poosje alleen te zijn, heel jammer als ze dan worden weg gehaald en de moeder komt daarna bij een leeg nest!
Geef egels NOOIT melk. Ze kunnen niet tegen de suiker (lactose) die in melk zit en krijgen daar heftige diarree van, wat weer tot gevolg heeft dat ze ernstig kunnen uitdrogen en zelfs kunnen sterven. Een goed bedoeld schoteltje melk wordt dan de dood van een egel. Met een schotel water kan je egels wél een groot plezier doen. Ververs het bij voorkeur dagelijks. Heeft u een vijver in de tuin? Hang dan een stukje gaas over de rand, zodat egeltjes houvast hebben om eruit te klimmen als ze per abuis in het water belanden. Egels kunnen wel heel goed zwemmen, maar houden het niet lang vol en verdrinken soms in kleine vijvertjes.
Omdat er in de winter geen eten voor egels is te vinden, gaan ze in winterslaap. Hun temperatuur gaat omlaag, ademhaling en hartslag vertragen en ze gaan, afhankelijk van het weer, van december t/m maart in winterslaap. Ze zoeken een geschikte plek om een nest te maken van afgevallen bladeren. Vaak onder een heg of struik, een vlonder, een hoop takken of in de composthoop en sommige zelfs in een echt daarvoor bestemd egelhuis!
Egels die tijdens de winterslaap wakker worden zijn meestal ziek en moeten worden opgepakt en naar de dierenambulance worden gebracht. Vaak zijn ze dan te mager, doordat ze voor de winterslaap een worminfectie hadden. Helaas zijn er ook vaak egels met zeer slechte gebitten die niet voldoende hebben kunnen eten en halverwege de winterslaap van honger en uitputting wakker worden.
Ik heb een gewonde vogel gevonden. Wat nu?
Een gewonde wilde vogel heeft onze hulp nodig. De vogel moet zo snel mogelijk naar een dierenambulance gebracht worden. Maar let op: pas uitgevlogen jonge vogels of vogels in de rui zien er soms hulpeloos uit, maar ze mankeren niets. Deze vogels moeten we met rust laten. Het is verboden om wilde vogels zelf te verzorgen of op te voeden.
Vindt u één of meerdere jonge vogel in uw tuin die er verweesd uitzien, laat ze dan vooral met rust. Meestal zijn de oudervogels wel in de buurt, maar op zoek naar voedsel. Zodra u weg bent, komen ze tevoorschijn om hun jongen te voeren.
Alleen als u er zeker van bent dat de oudervogels niet meer terugkomen, of wanneer het jong gewond is, mag u de jongen helpen door ze naar een vogelasiel te brengen. Tot die tijd kunt u het jonge vogeltje het beste voeren met kattenvoer uit blik. Bedenk wel dat ze de hele dag door gevoerd moeten worden.
Het grootbrengen van een jonge vogel moet u overlaten aan vogelasielen. Daar werken ervaren mensen met een vergunning om vogels op te vangen. Particulieren mogen namelijk geen vogels in hun bezit hebben. Het zelf grootbrengen van een vogel is bij wet verboden!
Is het toegestaan om uw eigen dier te doden?
Nee.
Van toepassing is het Besluit Doden van Dieren, artikel 3, 4 en 5:
Doden mag alleen gebeuren door deskundigen (art. 4)
De wijze van doden moet het dier elke vermijdbare vorm van opwinding, pijn of lijden besparen (art. 3)
Een dier moet gedood worden met een methode die onmiddellijk de dood tot gevolg heeft (art. 5)
Hoe kom ik erachter of een hondenfokker 'goed' is?
De Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming kan niets zeggen over de kwaliteit van een fokker wegens de Wet Bescherming Persoonsgegevens. Het is de inspectiedienst niet toegestaan mededelingen te doen over meldingen die over een bepaald adres zijn binnengekomen. Ook mag de LID niet aangeven of een fokker goed of slecht aangeschreven staat.
Er is nog een belangrijke reden waarom de LID niet spreekt over ‘goed' of ‘slecht'. Een kwalitatief hoogstaande fokker kan een keer pech hebben en een dier fokken dat minder gezond is. Net zoals een kwalitatief minder goede fokker of handelaar kerngezonde dieren kan fokken en/of verhandelen.
Op de website van de Dierenbescherming staan wel allerlei tips voor de aanschaf van een pup. Daar wordt ook uitgelegd waarop u kunt letten wanneer u een bezoek aan een fokker brengt. De tips geven geen garantie op een gezonde hond, maar u kunt daarmee wel zoveel mogelijk risico's vermijden.
De LID raadt u aan om het dier direct na aankoop te laten controleren door een dierenarts en te laten vaststellen of het dier gezond is. Indien dit niet het geval is, kan de dierenarts een verklaring opstellen waaruit blijkt dat de aandoening niet is ontstaan bij de koper, maar bij de verkoper. Vervolgens is het aan te raden het dier niet in te ruilen voor een ander, maar de verkoper te verzoeken alle dierenartskosten te vergoeden die samenhangen met de aandoening.
Moet ik mijn hond/kat laten chippen en registreren?
Ja! U bent het niet verplicht, maar wij adviseren u met klem om dit wel te doen.
Als uw hond of kat onverhoopt in het asiel of op straat terechtkomt, kunt u gemakkelijk worden opgespoord en herenigd worden met uw huisdier. De nieuwste wijze van identificatie is het inbrengen van een microchip. Deze bevat een uniek registratienummer en is zo groot als een rijstkorrel. De chip wordt met een injectienaald onder de huid ingebracht en uw hond of kat heeft er geen hinder van.
Regelmatig worden huisdieren letterlijk op straat gedumpt. Als de eigenaar bekend is, kan de LID optreden.
Wat moet ik doen als ik overlast heb van een hond?
De LID kan niet optreden tegen overlast door blaffende of jankende honden. In dat geval kunt u beter contact opnemen met de wijkagent. Deze kan eventueel bemiddelen met de eigenaren van de hond(en) de overlast te verminderen. Via het centrale telefoonnummer van de politie (0900 - 8844) kunt u vragen naar uw wijkagent.
Verhuurders van woningen hebben in het huurreglement ook vaak vermeld staan dat een dier geen overlast mag veroorzaken. In dat geval kunt u ook contact opnemen met de verhuurder.
Het kan in sommige gevallen natuurlijk zo zijn dat u niet alleen overlast heeft van de hond, maar dat het dier ook in zijn welzijn wordt aangetast. Bijvoorbeeld wanneer een hond in de tuin wordt gehouden en niet droog kan staan of zijn leefruimte ernstig vervuild is met uitwerpselen.
In die gevallen verzoeken wij u dringend contact met ons op te nemen via het Meldnummer Dierenmishandeling: 144
Hoeveel dieren mag ik in huis hebben?
Er zijn geen landelijke regels voor het aantal huisdieren dat iemand mag bezitten. Het is wel mogelijk dat hierover iets vermeld staat in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van uw gemeente. Informatie hierover is opvraagbaar bij uw gemeente of de plaatselijke politie.
Ook een woningbouwvereniging of verhuurder van een pand kan grenzen stellen aan het maximale aantal toegestane huisdieren, bijvoorbeeld in het huurcontract. Daarbij kan van belang zijn of een woning binnen of buiten de bebouwde kom staat.
Het welzijn van dieren mag bij de huisvesting absoluut niet in het geding zijn. De eigenaar/verzorger moet in staat zijn alle dieren de juiste verzorging te bieden. Bovendien moet er voldoende ruimte zijn, die ook aangepast is aan de natuurlijke behoeften van het dier. Het is bijvoorbeeld ten strengste af te raden om twee agressieve, solitair levende dieren in een ruimte zonder afzonderings- of ontsnappingsmogelijkheden te plaatsen.
Wij hebben last van zwerfkatten in de buurt. Wat nu?
De Dierenbescherming Drenthe beschikt over meerdere vangkooien en een ontheffing voor het vangen van zwerfkatten. Medewerkers van de afdeling of de dierenambulance kunnen in overleg met de betrokken bewoners tijdelijk een vangkooi plaatsen om verwilderde katten te vangen. De dieren worden dan óf in een asiel geplaatst, óf gecastreerd/gesteriliseerd en teruggeplaatst. Een uitgebreide toelichting op het zwerfkattenbeleid van de Dierenbescherming kunt u vinden via het menu-item "zwerfkatten".
Een tip bij het vangen van uw eigen kat:
Niet alle katten laten zich gedwee in een transportmandje plaatsen. Als u uw kat wilt vangen om er bijvoorbeeld mee naar de dierenarts te gaan, dan kunt u uitstekend gebruik maken van een laserlampje. Zo'n krachtig rood lampje, waarmee je een laserstraaltje op de grond kan projecteren. Katten zijn hier dol op en volgen een snelbewegend lampje al snel... zo in de val!





