Vleesproductie
Varkenshouderij
Varkens zijn zeer sociale en intelligente dieren, ze kunnen zelfs intelligenter zijn dan honden. In de bio-industrie leidt het gebrek aan ruimte en afleiding tot verveling, ook al is intussen kooiverrijking (ketting, bal of stro) verplicht. Het resultaat is stress en abnormaal gedrag zoals vechten.
Te veel varkens op een te klein oppervlak.
Fokzeugen worden gehouden om biggetjes te produceren. De zeugen met een ketting aanbinden mag gelukkig al sinds 2002 niet meer, en het permanent individueel opsluiten is sinds begin 2008 verboden (Europese Unie vanaf 2013). De vloer mag voor het grootste deel uit roosters bestaan en een zachte ligbedding met strooisel op het dichte vloerdeel is niet verplicht.
Zeugen die moeten werpen hebben een heel sterke drang om een nest te bouwen. In de bio-industrie hebben ze daar echter geen materiaal voor. Bij het werpen en tijdens de kraamperiode van drie à vier weken wordt de zeug in een kraambox opgesloten zonder strooisel en met zeer beperkte bewegingsruimte, om doodliggen van de biggen te voorkomen. Na twee à drie jaar raakt het lichaam van een zuig uitgeput. Ze wordt dan geslacht, terwijl ze normaal gesproken wel 20 jaar oud kan worden.
Biggetjes staan in kale hokken waarin ze weinig ruimte hebben en geen stro, wat ertoe leidt dat ze elkaar bijten. Om verwondingen te voorkomen worden de hoektanden en de staarten van de varkens zonder verdoving afgeknipt of afgebrand. Ook worden mannelijke biggetjes zonder verdoving gecastreerd. Dit is in Nederland per 2009 verboden. Maar vlees dat geëxporteerd wordt naar het buitenland is nog steeds afkomstig van varkens die onverdoofd gecastreerd zijn.
Rundveehouderij
In de Europese Unie is het sinds 2006 verboden om kalveren in kisten te houden. Ze worden in groepen gehouden, maar krijgen nog steeds weinig ruimte, staan op een roostervloer (zie foto) zonder een plek met zachte ligbedding en komen nooit buiten.
Aan het eind van de mestperiode wordt het ijzergehalte in hun voer afgebouwd, waardoor bloedarmoede ontstaat. Dit is noodzakelijk om het vlees wit in plaats van rood te krijgen. Maar het resulteert ook in maag- en darmaandoeningen.
Kalfjes die niet voor het kalfsvlees worden gehouden, hebben het ook niet zo goed. De koeien (vrouwtjes) gaan vaak naar de melkproductie, de stieren worden als meststier gehouden voor hun vlees. Binnen 16 maanden worden ze met krachtvoer vetgemest. "Dikbillen" zijn runderen met overmatige spierontwikkeling (genetisch bepaald). Dit verschijnsel komt vaak voor bij Belgisch wit-blauw vee. Het levert de grootste hoeveelheden vlees op maar brengt aan de andere kant ook veel welzijnsproblemen met zich mee, onder andere het feit dat kalveren haast nooit op natuurlijke wijze op de wereld kunnen komen en een keizersnede nodig is.
Een dikbil.
Kippenhouderij
De ‘kip' die in de winkel ligt is eigenlijk nog maar een kuiken van zes weken. Het is zo gefokt dat het binnen zes weken uitgroeit van een donzig kuikentje van 20 gram naar een slachtkip van zo'n 2,5 kg. Dit juveniele spierbundeltje is weliswaar een technologisch hoogstandje, maar vanuit welzijnsoogpunt een ramp.
De ongeveer 330 miljoen slachtkuikens per jaar groeien zo snel dat veel door hun poten zakken of er letterlijk dood bij neer vallen omdat hun hart het groeitempo niet kan bijhouden. Zo bereiken zo'n 16 miljoen dieren hun slachtleeftijd niet. Maar de welzijnsproblemen beginnen al bij de ouders van het vleeskuiken. Hun kinderen zijn gefokt op snelle groei en zij daarom ook. De moeder moet echter eieren leggen en de vader moet voor de bevruchting zorgen. Daarom mogen zij niet binnen zes weken ‘dichtgroeien'. Ze worden daarom heel karig gevoerd en lijden altijd honger.
Een zogenaamde 'plofkip' die door zijn poten zakt.
Van de kuikens worden onverdoofd de snavels gekapt omdat ze elkaar anders zouden verwonden, doordat ze veel te dicht op elkaar leven.
De ‘verborgen' bio-industrie
Het is ‘in' om een bijzonder stukje vlees op tafel te zetten. Meestal wordt dit verkocht als wild en denkt men dat zo'n dier een vrij leven heeft gehad alvorens het geschoten werd door een jager. Helaas is dit een te romantische opvatting die in de meeste gevallen niet klopt met de werkelijkheid. Dieren waarvan het vlees als wild wordt verkocht, worden vaak gefokt in de ‘verborgen' bio-industrie. Voor het houden van deze diersoorten (o.a. konijnen, kalkoenen, fazanten, eenden, struisvogels en herten) bestaan geen specifieke regels en er is geen controle op. Dat heeft tot gevolg dat deze 'wilde' dieren dan ook vaak een nog slechter leven hebben dan de andere dieren in de bio-industrie.
Kalkoenen gehouden voor vlees.





